Zaaien en planten

geplaatst in: Tuintips | 0

Om met succes te kunnen zaaien moet de grond naast een goede structuur ook een bepaalde minimum temperatuur hebben en moeten de weersomstandigheden gunstig zijn. Dit is voor niet voor alle gewassen gelijk. Sommige zaden hebben warmte nodig om te kunnen kiemen. Andere daarentegen kiemen dan juist slecht en geven de voorkeur aan lagere temperaturen. Een andere belangrijke factor bij het zaaien is neerslag. Fijn zaad, (wortels bv) kiemt het best met regenachtig weer, vooral als dat een langere periode aanhoudt. Bonen geven juist de voorkeur aan een droge, warme periode met veel zon.

Doordat onze complexen op kleigrond liggen warmt de bodem in het voorjaar maar langzaam op en dat betekent dat wij hier duidelijk later kunnen zaaien dan bijvoorbeeld op zand- of geestgrond.
Bij de aanwijzingen die op pakjes zaad staat vermeld kun je (als je in het vroege voorjaar wilt zaaien) maar het beste de latere zaaidatum aanhouden. Heb je een platte bak of een kas dan kun je veel voeger beginnen.
Je kunt dan na de vorst al vanaf half februari spinazie, pluksla en raapsteeltjes zaaien. De spinazie dek je af met een dun laagje grond. De raapsteeltjes en pluksla bedek je niet maar die druk je heel licht aan. Na 14 dagen staan dan bij normaal weer de kiemplantjes boven de grond. Als je geen platte bak hebt en in de volle grond moet zaaien, kun je het beste wachten tot begin april. Een uitzondering hierop vormen tuinbonen, die kunnen begin maart al de grond in.

spinazie_03

 

Zaaitechniek
Kleigrond is een lastige grondsoort om in te zaaien, vooral als er sprake is van fijn zaad. Voorwaarde is dat hierbij de grond goed fijn en kruimelig gemaakt wordt. Dit kun je doen door eerst alle kluiten met een cultivator te bewerken en daarna met een hark de kluitjes nog fijner te maken. Dit gaat het beste als het na een periode van droog weer geregend heeft (Zie hiervoor ook De grond van de Deeltuinen en het bewerken daarvan).

In de regel strooi je het zaad dan niet te dik uit en je drukt het hierna met de hand, of met een plankje goed aan, zodat het goed contact met de grond maakt. Hierna dek je het af met een dun laagje fijngemaakte aarde. Je kunt bv. kluitjes tussen je handen fijnwrijven om hiermee het zaad te bedekken. Lukt dit niet omdat de grond te hard is, dan kun je ook tuinaarde, die je bij tuincentra voordelig kunt kopen hier over uitstrooien. Een vuistregel is dat dit niet dikker mag zijn dan de dikte van het zaad.
Je kunt eventueel ook zand voor nemen.

IMG_1444

Voorzaaien

Een andere, zeer aan te bevelen techniek is het voorzaaien in perspotjes of voorgevormde plastic bakjes. In het vroege voorjaar kun je het beste binnen zaaien, maar in de zomer is een beschaduwde plek buiten ook heel geschikt. Vul de potjes met potgrond en druk goed aan. Maak met een stokje een ondiep gaatje en strooi hierin één of twee zaadjes Maak hierna alles met de plantenspuit goed nat en dek het af met plastic of glas.
Als het zaad gekiemd is moet je de afdekking voorzichtig en vooral geleidelijk verwijderen door eerst een klein kiertje te maken en elke dag het kiertje te vergroten, waarbij je de grond regelmatig met de plantenspuit vochtig houdt. Daarna dun je, nadat de eerste echte blaadjes verschenen zijn, zodanig dat er één plantje per potje overblijft.

Als je binnen zaait moet je op een aantal dingen letten. Plantjes die binnen in de warmte opgekweekt worden hebben vaak gebrek aan licht en staan dikwijls veel te warm, waardoor je lang gerekte slappe planten krijgt. Niet alleen kool, andijvie en sla-planten hebben hier last van maar ook binnen gezaaide tuinbonen en doperwten hebben heel snel last van “rekken”. Het is daarom belangrijk dat je zodra je glas of plastic verwijderd hebt de bakjes op een koele plaats in de schuur of bijkeuken voor het raam zet. Als je plantjes groot genoeg zijn om buiten uit te planten moeten ze eerst goed “afgehard” worden. Hierbij laten we ze langzaam aan de weersomstandigheden buiten wennen door ze overdag bij goed weer een tijdje buiten te zetten. Na een dag of vijf kun je de plantjes buiten laten staan en kunnen ze als ze groot genoeg zijn in je tuin worden gezet.

IMG_1276

De voorzaaitechniek is niet geschikt voor wortelen, radijs, spinazie, raapsteeltjes, postelein, veldsla en uien, die moeten ter plekke gezaaid worden. Wel gaat het goed met bonen.Je kunt dan voorzaaien in flinke bloempotten waarin je afhankelijk van het soort 3 tot 5 zaden legt. Dit kan vooral nuttig zijn als je wilt zaaien voordat je op vakantie gaat en er zeker van wilt zijn dat je zaaigoed opkomt. Als de kiembladen goed ontwikkeld zijn plant je ze na afharden buiten uit. Dit gaat vooral goed bij stokbonen. Stambonen zijn hiervoor minder geschikt, die kun je beter ter plekke zaaien.

Zaaikalender
Het is belangrijk rekening te houden met de weersomstandigheden en de kleigrond. Daardoor kan je een beetje afwijken van de data in de zaaikalender. Bedenk dat heel vroeg buiten zaaien vaak teleurstellingen geeft.
Late zaaisels kunnen vaak slecht tot ontwikkeling komen als het weer in de herfst tegen zit.

Zaadleveranciers.
Bij tuincentra kun je vrijwel alle zaden kopen die je wenst. Bekende leveranciers zijn bv:

Nunhem (oranjeband zaden)
Tompson and Morgan ( vooral bloemzaden)
Tuinplus, de Bolster (biologisch geteeld zaad), Fa Vreeken (deze firma levert ook zaden van buitenlandse firma’s)
Pieterpik (topstar zaden) en Royal Sluis.
Het is natuurlijk ook leuk om zaden in het buitenland te kopen om ze hier uit te proberen. Onze ervaring is dat zaden uit de hier omringende landen (mits je niet te zuidelijk gaat natuurlijk) het hier vaak prima doen. Voor de Deeltuinen worden de zaden besteld bij Bolster.

Planten
Als je pas begint, is het heel vervelend als er steeds van alles mislukt. Daarom is het verstandig om niet tegelijk maar van alles te zaaien en hopen dat er iets van opkomt, maar eerst maar eens wat plantjes te kopen om met het verzorgen daarvan eerst maar eens wat ervaring op te doen.

Groenteplantjes zijn te koop bij de volgende adressen

  • De meeste tuincentra (Pelt, Bos, Gons)
  • De plantenstal op de markt, (staat op zaterdag op de gedempte turfhaven tegenover de veemarkt)

Plant vooral niet te vroeg als je niet over platte bak, groeitunnel of kas beschikt. Begin in de volle grond vanaf half April met vroege koolsoorten (bloemkool, broccoli, spitskool) en sla en wat minstens zo belangrijk is: zet ze niet te dicht bij elkaar. Dat kleine koolplantje wordt meer dan 10 x zo groot en daar heeft hij ruimte voor nodig. Doe je dit niet dan staat alles straks op elkaar gepropt en gaan de sterke planten de zwakke overheersen en bestaat er bovendien een verhoogde kans op ziektes. Plant in verband met wieden en schoffelen bij voorkeur in rijen. Dit staat wel erg zakelijk, maar is omdat je er makkelijk met je schoffel tussendoor kunt wel erg handig. Meestal wordt in de rij iets dichter geplant en tussen de rijen een wat grotere ruimte gelaten.

DSC03553

Dus:

  • Plant niet te vroeg
  • Let op de juiste plantafstand
  • Plant in rijen.

Er is nog iets: plant niet meer dan je op kunt eten! Als je dat doet, heb je al snel een probleem. De kroppen zullen vrijwel allemaal tegelijk even groot zijn. Wacht in dat geval niet tot alle kroppen volgroeid zijn en oogst als de kroppen nog maar half volgroeid zijn. De rest groeit dan lekker door en tegen de tijd dat de laatste kroppen uitgegroeid zijn heb je dan al het meeste van de tuin gehaald. Het is beter om in dit geval bv. om de veertien dagen een rijtje neer te zetten, zodat je oogst veel beter gespreid is en je altijd over verse groenten kunt beschikken. Hoeveel je precies nodig hebt is echter een kwestie van ervaring en Is afhankelijk van je eetgewoonten en het aantal deelnemers in het tuinblok.

(Geschreven door Han Smit, onze tuinman)